Nederland is een sportland bij uitstek. Miljoenen mensen trekken wekelijks hun sportschoenen aan, bezoeken de sportschool of staan op het voetbalveld. Fitness, wandelen en hardlopen behoren tot de populairste sportactiviteiten, terwijl voetbal met afstand de grootste georganiseerde sport blijft. Uit landelijke cijfers blijkt dat ruim de helft van de Nederlanders iedere week sport.
Volgens de Gezondheidsenquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) sportte in 2025 ongeveer 58,3 procent van de Nederlanders van vier jaar en ouder minimaal één keer per week. Dat komt neer op miljoenen actieve sporters.
Sportkoepel NOC*NSF registreerde in mei 2026 ongeveer 9,9 miljoen Nederlanders die wekelijks aan sport deden. De cijfers komen uit verschillende onderzoeken met een eigen meetmethode, maar onderstrepen allebei de grote betekenis van sport in Nederland.
Fitness, wandelen en hardlopen populair
Wie kijkt naar de sporten die Nederlanders daadwerkelijk beoefenen, ziet dat individuele activiteiten een belangrijke plaats innemen. Fitness, wandelsport en hardlopen behoren tot de populairste sporten.
Vooral de vrijheid om zelf te bepalen wanneer en hoe vaak iemand sport, maakt deze activiteiten aantrekkelijk. Een lidmaatschap van een traditionele sportvereniging is daarvoor niet noodzakelijk.
Onderzoek van het Mulier Instituut laat zien dat in 2024 ongeveer 4,8 miljoen Nederlanders tussen de 15 en 80 jaar aan hardlopen, wielrennen of wandelsport deden. Een groot deel van deze activiteiten vindt plaats in de openbare ruimte.
Voetbal met afstand de grootste
Bij de georganiseerde sport blijft voetbal de onbetwiste nummer één. De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) telde in het seizoen 2024/2025 bijna 1,26 miljoen leden. Daarvan waren bijna een miljoen voetballers actief in de competities.
Tennis volgt op ruime afstand. De tennisbond KNLTB telt ongeveer 650.000 leden. Ook sportvissen en golf zijn populair, met respectievelijk ongeveer 610.000 en 454.000 aangesloten leden.
Hockey en gymnastiek completeren de vijf grootste traditionele sportbonden wanneer sportvissen buiten beschouwing wordt gelaten.
De tien grootste sportbonden van Nederland
Op basis van de landelijke ledencijfers over 2025 ziet de top tien er als volgt uit:
| Sport | Aantal leden |
|---|---|
| 1. Voetbal | 1.250.000 |
| 2. Tennis (inclusief padel) | 650.000 |
| 3. Sportvissen | 610.000 |
| 4. Golf | 454.000 |
| 5. Hockey | 246.000 |
| 6. Gymnastiek | 233.000 |
| 7. Atletiek | 122.000 |
| 8. Zwemmen | 113.000 |
| 9. Volleybal | 108.000 |
| 10. Paardensport | 98.000 |
De aantallen zijn afgerond. Het overzicht gaat om aangesloten leden van sportbonden en niet om alle Nederlanders die een bepaalde sport beoefenen.
Ruim vier miljoen Nederlanders aangesloten bij sportbonden
Nederland telde in 2025 ongeveer 4,4 miljoen mensen die lid waren van minimaal één bij NOC*NSF aangesloten sportbond. Samen waren zij goed voor 5,4 miljoen lidmaatschappen, verdeeld over ongeveer 21.300 verenigingen.
Het aantal unieke sportbondleden nam ten opzichte van 2024 met 47.000 toe. Het totale aantal lidmaatschappen groeide zelfs met 91.000. Dat verschil ontstaat doordat sommige sporters bij meerdere verenigingen of bonden zijn aangesloten.
Ongeveer een kwart van de Nederlanders van vier jaar en ouder is lid van een sportvereniging. Een vergelijkbaar aandeel heeft een sportabonnement, bijvoorbeeld bij een fitnesscentrum of zwembad.
Jongeren sporten vaker dan volwassenen
Sport speelt vooral onder jongeren een grote rol. Volgens NOC*NSF sportte in 2025 ongeveer 71 procent van de jeugd minimaal één keer per week. Onder volwassenen lag dat percentage op 58 procent.
Bij kinderen tussen vijf en twaalf jaar zijn voetbal, zwemmen en gymnastiek bijzonder populair. Onder tieners van dertien tot achttien jaar behoren fitness, voetbal en hardlopen tot de meest beoefende sporten.
Toch zijn er ook zorgen. De sportdeelname onder jongeren is sinds 2022 nauwelijks verder gegroeid. Bij ouderen tussen 65 en 80 jaar constateert NOC*NSF zelfs een daling van de wekelijkse sportdeelname en het aantal sportmomenten.
Sportverenigingen blijven belangrijk
Ondanks de populariteit van individueel sporten blijven verenigingen een belangrijke pijler onder de Nederlandse sportcultuur. Voetbalclubs, tennisverenigingen, gymnastiekverenigingen en andere sportorganisaties bieden niet alleen mogelijkheden om te bewegen, maar vervullen ook een sociale functie.
Tegelijkertijd staan sommige verenigingen onder druk. Volgens NOC*NSF heeft ongeveer tien procent van de Nederlandse sportclubs een wachtlijst. In sterk stedelijke gebieden loopt dat aandeel op tot twintig procent.
Het tekort aan sportaccommodaties en beschikbare ruimte maakt het voor verenigingen soms lastig om nieuwe leden te verwelkomen.
Nederland blijft massaal in beweging
De cijfers laten zien dat Nederland op verschillende manieren sportief actief is. Terwijl voetbal de grootste verenigingssport blijft, kiezen miljoenen Nederlanders voor individuele activiteiten zoals fitness, wandelen en hardlopen.
De uitdaging voor de komende jaren ligt vooral bij het bereiken van mensen die nog weinig sporten en het behouden van jongeren en ouderen voor de sport. Want hoewel miljoenen Nederlanders wekelijks in beweging komen, blijft een aanzienlijk deel van de bevolking achter.
Bronnen: NOCNSF (Zo Sport Nederland 2025), CBS, RIVM, Mulier Instituut en KNVB. Cijfers hebben betrekking op 2025, tenzij anders vermeld.*

